dinsdag 27 juni 2017

Blind voor 1 dag met Dedicon

21 juni, de langste dag van het jaar. Juist vandaag zijn er door het hele land mensen die ervoor kiezen zich een paar uur gedeeltelijk of volledig van dit licht te beroven. Blind voor 1 dag is een actie van het Oogfonds, waarbij deelnemers zich laten sponsoren en zo geld ophalen voor onderzoek naar oogziektes. Zelf blind of slechtziend op pad gaan vergroot bovendien de bewustwording over de obstakels in onze visuele maatschappij. Ook een groep collega’s van Dedicon gaat de uitdaging aan. Hoe hen dat vergaat? Om daarachter te komen en als ervaringsdeskundige tips te delen, wandel ik met hen mee.
 
Blauwe plekken
De brillen die de deelnemers dragen simuleren glaucoom, MD, diabetische retinopathie of totale blindheid. Zo’n ding opzetten levert hier en daar wel wat spanning op. Na een stoomcursus stoklopen door een blinde collega moeten ze er toch echt aan geloven: stokken vooruit en Grave in, op zoek naar onze lunch.
 
Ik loop vaker in een groep blinden en slechtzienden, maar een groep als deze heb ik nog nooit meegemaakt. Als een stok mijn been raakt, wordt deze voor een paal aangevoeld en even vraag ik me af of niet toch ik - degene die er het meest van overtuigd was zonder kleerscheuren thuis te komen - straks blauwe plekken kan tellen. En geleidehond Wilka snapt maar niet waarom ze niet in mag halen om vaart te maken. Terwijl we al pratend en lachend onze weg vervolgen, geniet ik ook even in stilte van het feit dat mijn bril en stok nu eens niet degene zijn die opvallen.
 
Geen korting
Verbaal communiceren gebeurt in een groep blinden en slechtzienden vaak vanzelf. Mooi om te zien hoe dit ook in deze groep steeds beter op gang komt. De slechtzienden helpen de blinden en we vertellen elkaar onder meer wanneer we gaan oversteken. Ook tijdens de lunch wordt er wat af gevraagd. Waar staan de borden en wie heeft de kaas? Waar is “hier” en wie kwamen we net eigenlijk tegen in de gang? Dat je je zonder zicht nog weleens in de geadresseerde kan vergissen, blijkt maar weer als ik Wilka een opdracht geef en niet alleen zij braaf luistert.
 
Vergeleken met totale blindheid lijkt slechtziendheid de deelnemers in eerste instantie best mee te vallen. Het gaat allemaal wat langzamer, maar ze lopen zonder hun stok echt te gebruiken. In de winkel wordt er echter ingespannen getuurd en producten vergelijken is toch wat te veel van het goede. Stiekem ben ik best jaloers op het feit dat ze alsnog hun boodschappen vinden. Zelf hoef ik dat niet te proberen. Ik weet echter ook welke prijs veel slechtzienden voor deze vorm van vrijheid moeten betalen. En de groep tijdelijk slechtzienden krijgt geen korting. De een schrikt omdat hij ineens een afstapje denkt te zien, de ander loopt voetje voor voetje een trap af, een derde ziet bijna een fietser over het hoofd en hoofdpijn en vermoeidheid komen al na korte tijd om de hoek kijken. Als ik in de supermarkt mijn zonnebril afzet, wil mijn slechtziende metgezel mijn voorbeeld dan ook maar wat graag volgen.
 
Soepel
Om me heen hoor ik hoe stokken tegen allerlei obstakels slaan en collega’s elkaar waarschuwen voor smalle doorgangen (complimenten voor de goede communicatie!). Ik luister naar de echo’s die worden weerkaatst door objecten vlak naast me en raak niet een van de palen, fietsenrekken of andere onhandige hindernissen. Mezelf wat zien betreft vergelijken met zienden heeft weinig zin. Mezelf vergelijken met deze kersverse blinden is dan weer best leuk. En wat is het fijn dat geleidehond Wilka mij overal zo soepeltjes langs leidt!
 
Wat deze tocht ook oplevert, zijn een hoop interessante gesprekken over zaken die andere collega’s en klanten maar al te goed kennen. Mijn collega’s zijn benieuwd naar mijn ervaringen. Hoe doe ik boodschappen als ik geen bekende bij me heb? Hoe vind ik op onbekende routes mijn weg? Op mijn beurt ben ik net zo nieuwsgierig: hoe is het om ineens geen diepte meer te zien, wat kost de meeste moeite en hoe zou het zijn als deze bril nooit meer af zou mogen?
 
Vinger in de boter
De lunch kopen was ingewikkeld; ook simpelweg lunchen blijkt een hele uitdaging. Er belandt meer dan een vinger in de boter. Oefening baart kunst, weet ik, al ontkom ook ik niet altijd aan vieze vingers. En ik moet het hen meegeven: ondanks het feit dat er wat servetjes nodig zijn, eet iedereen uiteindelijk hun boterham met het gewenste beleg. Of ze ook allemaal even netjes gesmeerd zijn kan ik niet zien, maar ik durf het te betwijfelen.
 
Verlichting
Uiteindelijk mogen de brillen af. Behalve die van mij, die had ik zodra we naar binnen stapten al op mijn hoofd geschoven. Zonder zonnebril wordt het wat lichter, dat is alles. Mijn collega’s reageren wel anders; ze slaken een zucht van verlichting, gevolgd door een verrast “Oh, hier zijn we!” Tja, zonder meer oefening hebben ze die visuele informatie blijkbaar echt nodig.
 
Niet iedereen is even enthousiast over deze ‘kermisattractie’. Ik heb echter bewondering voor deze groep collega’s, die besloot totaal buiten hun comfortzone te stappen. Je volledig inleven in een ander kan je nooit. Dat is toch geen reden om het dan maar helemaal niet te proberen? En hoewel ik uit ervaring weet dat je met een visuele beperking een gelukkig leven kan hebben, is blindheid voorkomen een waardig streven. Even niet (goed) zien zegt – en geeft daarna – soms meer dan duizend woorden en wie weet wat deelnemers allemaal met die inzichten doen!
 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen